GR5 Hoek van Holland - Maasluis - Oostvoorne
4-5 Oktober 2003
Zaterdagochtend 4 oktober was het dan zover. We ‘mochten’ weer! Na een jaar Pelgrimspad en een jaar Marskramerpad (alles bij elkaar toch goed voor ongeveer 800 kilometer) zouden we aan het volgende project beginnen en nog wel grensoverschrijdend! Van Hoek van Holland naar Luik. In de loop van de 2 jaar waren er wat mensen afgevallen (Inge, Eric, Henri) en was het misschien wel leuk om er wat fris bloed bij te halen. Rose had daar in het voorjaar al voor gezorgd en haar oproepje had een paar leuke verse boppers opgeleverd, die ook al een keer mee waren gelopen om te kijken of wij wel leuk waren. En ook Willem bleek een collega warm gemaakt te hebben. Zo zouden we dan nu officieel met 17 man/vrouw van start gaan. Maar zoals altijd waren we ook nu niet voltallig. Onze nieuwe Hans kon pas zondag komen en Karina (na bijna een jaar afwezigheid i.v.m. baby Verena) zou alleen zaterdag meelopen. De weerberichten waren heel pessimistisch, maar ach…….. dat was altijd nog aardig meegevallen, eigenlijk zelfs altijd mooi weer (behalve dan die ene mega-bui in de klei ten zuiden van Amstelveen vorig jaar). Dus ook nu zou het vast wel los lopen…… Het was tenslotte stralend blauw toen ik in de trein stapte. Bij het overstappen werd ik aangesproken door een kordaat type, die vroeg of ik Anita was. Nee…. Of ik wel naar Hoek van Holland ging? Ja, dat wel…. Toen werd me duidelijk dat dit de collega van Willem was (waarom had ik toch gedacht dat een collega van een man automatisch ook een man zou zijn?), Ineke. Bleek ook uit Zoetermeer te komen. De echte Anita kwam ook al snel en voor we in Hoek van Holland waren, was het spul al zo’n beetje compleet, bij ieder station stapte er wel weer iemand in die erbij hoorde. In Hoek van Holland was het nog even wachten op Rose, Ben en Meta. Daar was dan de terminal van de Stenaline goed voor koffie en bijpraten. De blauwe lucht was inmiddels potloodgrijs geworden, maar nog wel steeds droog. En rond kwart voor 11 vertrokken we dan, het vertrouwde wit-rood achterna. Hoek van Holland werd zorgvuldig gemeden; door een duinachtig bos (of misschien meer een bosachtig duin) ging het met een grote boog om de Hoek heen.
Maar goed ook, bebouwing genoeg in Nederland, dus ieder stukje groen is welkom. Voorbij Hoek van Holland mochten we even zien hoe onze tomaten en kropjes sla in minder warme tijden groeien onder glas. Dit was zo’n beetje het meest zuidelijke stukje van de glazen stad. Gelukkig ging het pad al weer snel over in bos en dat was maar goed ook, want de hemel ging open en de bui barstte los en onder een boom blijf je net even langer droog als je je regenkleding onder uit je tas moet vissen. Er kwam zelfs een echt bos, het Staelduinse bos. Met leuke kronkelende paadjes en een echte herfstgeur. Een bezoekerscentrum zou misschien wel even goed uitkomen voor een sanitaire stop en koffie voor de liefhebbers, maar nee, pas om 13 uur, vroege vogels waren niet welkom. Dan maar doorsjouwen richting Maassluis.
Hoewel Maassluis in de verte al te zien was, was het wat onduidelijk hoe daar te komen. Het boekje en de markering waren het niet met elkaar eens. De gebruiksaanwijzing zegt dat in de eerste plaats de markering gevolgd moet worden, dus dat lag het meest voor de hand. De route ging over het land van een spruitjesboer en na wat bochten en gelukkig af en toe een klodder wit-rood kwamen we na verloop van tijd weer op de boekjesroute en Maassluis kwam al dicht bij. Dat is tegelijk het voor- en nadeel van flats; al uren van te voren zie je ze in de verte en zijn ze een soort baken, aan de andere kant wil je eigenlijk gewoon geen flats zien en alleen maar natuur met boompjes, struikjes en vogeltjes en af en toe een hans-en-grietje huisje. Alles bij elkaar viel het trouwens met horizonvervuiling best wel mee, als je bedenkt dat je daar toch midden in een raffinaderij- en haven gebied zit. Nee, er was beslist over nagedacht en we werden dan ook door ieder groenstrookje geleid dat ook maar enigszins op de route lag. Zelfs pal langs de Nieuwe Waterweg. En toen we dan plotseling uit het struikgewas tevoorschijn kwamen, lag daar dan heel imposant die sloot met water, met van die kanjers van schepen.
Een bankje langs het water bood gelegenheid om het allemaal in ons op te nemen en ons op te maken voor de laatste meters naar Maassluis. Daar was een vlootschouw die zaterdag in de haven en op de Nieuwe Waterweg gaf de blusboot een demonstratie.
Dat was dankzij de harde wind extra leuk, de waterstralen kregen veel meer effect en waaierden prachtig uit. Ondertussen was het natuurlijk wel tijd om eens te onderzoeken wat Maassluis aan horeca te bieden had. We zouden er al niet slapen en eten,dus het moest nu gebeuren. Een Turks café bood water, bier, koffie, kebabs, pizza en een gigantische hoop herrie, tv en cd’s door elkaar (en de variatie aan cd’s was niet groot). Ze hadden in ieder geval een grote tafel waar we allemaal omheen pasten. Een uur was voldoende om uit te rusten en nieuwsgierig te worden naar onze accommodatie voor de nacht. Liesbeth en Willem hadden in Vlaardingen iets georganiseerd, dus het was nog even een reisje om daar te komen. En dan kom je op het station en dan staat daar zo’n ouderwetse kaartjesautomaat, waar maar 1 kaartje per keer uit komt en dat dan 15 keer (Karina was al naar huis). In die tussentijd konden er wel 2 treinen passeren en wij maar kaartjes trekken. Gelukkig zaten er op het perron wat belangrijke mannen van de spoorwegen en die konden overgehaald worden om ons in de trein een groepsbiljet te verkopen, zodat we direct met de eerste de beste trein mee konden. Nou, dat was wel luuks, we konden gelijk 1e klas zitten en dat is prima voor de beenruimte. Na een kort treinritje was het nog even de vraag of we 2 kilometer zouden lopen of bussen. Maar echte die-hard wandelaars gaan natuurlijk niet met de bus, ook niet als het regent. Bovendien wordt moed altijd beloond en dus was er tijdens de hevigste regen een overkapping bij een winkelcentrum. Druipend kwamen we het Campanile hotel binnen. En warm dat het daar was! De kamerverdeling was snel gemaakt: stelletjes bij elkaar, de 3 oudjes bij elkaar, Gijs tussen 2 jonge blommen en dan de rokers met Anita ertussen. Wij op de 3-persoonskamers keken wel wat zuur toen bleek dat het 3e bed een onderschuifbed was, dat in het looppad geschoven moest worden, dan kan je toch maar beter een stelletje zijn! Maar ja, de laatste keer sliepen we met z’n 4en in een trekkershut, dus dan is dit, met eigen badje en wc, toch ook niet verkeerd. Om half 8 was het borreltijd en zagen wij de tafel al voor ons gedekt. In een vreemde L-vorm, maar blijkbaar was dat de enig mogelijke opstelling. De weinige gasten bleven de hele avond vol belangstelling naar ons kijken en Rose bleek een secret lover te hebben die zich haar lot aantrok als ze om een biertje riep. (een privékan met 2 liter bier leverde dat op)
Het nachtleven van Vlaardingen stelde niks voor en iedereen
ging zeer bijtijds de kamer opzoeken (dat is toch wel eens anders geweest). Het
plan was om de volgende ochtend al vroeg te ontbijten en ervoor te zorgen om
rond 10 uur weer in Maassluis te zijn om Hans daar te ontmoeten. Nou was dat wel
ons plan, maar niet het plan van de Campanile-mensen want om 8 uur was alles nog
in diepe rust en het duurde flink wat tijd voor er een ontbijtbuffet was
georganiseerd. Maar uiteindelijk was het wel een zeer compleet ontbijt en konden
we naar harte lust snaaien. Ook deze ochtend was het weer nat en vertrokken we
weer in onze vermomming van gebochelde tuinkabouters, het effect van poncho over
rugzak. Het was wel leulk om ieder zo te herkennen aan kleur poncho of regenpak.
Jan en Bep bijvoorbeeld, een soort 1-eiïge tweeling in hetzelfde pak, alleen de
een in maat xxl en de ander in maat xxs. Meta was herkenbaar aan de rode poncho.
Marian had bruin. En
geheel zonder poncho maar met spiksplinternieuwe goretexjas, dat was Anita.
Gamaschen met poncho, dat waren Liesbeth en Willem en Rose was herkenbaar aan
stok en Schanulleke. Wat aan de vroege kant stonden we op het station van
Vlaardingen, niet de meest gezellige plek van Nederland. Eenmaal in Maassluis
kwam Hans uit dezelfde trein en konden we vertrekken voor de volgende etappe,
naar Oostvoorne. Eerst konden we ons laten varen, de Nieuwe Waterweg over, met
een degelijke pont.
Daarna moesten we het weer zelf doen en het overige water
overbrugden we, het woord zegt het al, met bruggen.
Den Briel stond gepland als koffiestop, maar al eerder was daar Soestdijk (?), waar de beheerder keihard ‘merde’ zei toen wij binnendropen (letterlijk dropen), want waarschijnlijk had hij net de vloer gedweild. Beatrix lachte ons bemoedigend toe vanuit diverse schilderijlijsten aan de wand. En kroontjes stonden er overal waar maar wat kon staan. Wel of geen appeltaart? Die moest eerst even opgezocht worden. Dat geeft dan visioenen van opgewarmd in de magnetron. Maar alles bij elkaar was het gewoon heel lekker, een 8,5 en daarmee op een 2e plaats in de appeltaarttoptien. Sommige mensen willen altijd wat extra slagroom, nou, ook daar werd niet moeilijk over gedaan.
Den Briel werd dan wel geen koffiestop, het was wel heel leuk om erdoor heen te wandelen.
Weer iets af te strepen op mijn lijstje met te bezoeken belangrijke plekken uit de vaderlandse geschiedenis. Het was leuk om te zien dat de schandpaal nog steeds dienst deed. Ook deze dag heb ik me weer verwonderd over de mooie plekken in dit land.
En met name het duingebied rond Oostvoorne, waarvan ik niet wist dat het bestond. Ik had het idee dat het er ook echt zilt rook (maar helaas kwam er ook af en toe stank van het Europoortgebied aanwaaien). En ook al waren we met 16 personen, toch liepen we wel eens verkeerd en dachten we een enorme barriere in de vorm van een onvriendelijk hek met spiezen op ons pad tegen te komen. Dat werd dus klimmen en springen. (Rose die zo graag souvenirs spaart hield hier weer een hele nieuwe aan over, een gat in haar broek, wat was ze pissig). Dat hek stond daar gewoon en was er helemaal niet om ons dwars te zitten, we waren gewoon fout gelopen. Ondertussen hadden we al een aantal keer regenkleding aan en uit gedaan, maar gelukkig bleek het in de middag wat vriendelijker weer te worden met zowaar regelmatig wat zon. Dat maakte het mooie duingebied alleen maar nog mooier en ik vond het jammer dat we bij Oostvoorne ons eindpunt van die dag hadden
.
Het had van mij nog even door mogen gaan. Maar er stond nog weer een flink karwei te wachten; het OV naar huis. Bus (chauffeur scheurde met een snelheid van minstens 100 km per uur door de polder, het leek wel een achtbaan) , metro (zonder files,stoplichten, of seinstoringen, ideaal!), trein (reed waarachtig op tijd) , nog een trein (had geen zitplaats meer) en auto (stond er gelukkig nog) en toen was ik thuis, zoals Bep later mailde: terug op de klep!
Mirjam