Kalmthout – Brecht – Pulderbos           

24/26,4 km     21 en 22 februari 2004

Het is zondag 22 februari, ik lig heerlijk op bed na een warme douche en een goede maaltijd. Niets is heerlijker dan nagenieten van een prachtig wandelweekend en om deze gedachten op te schrijven. Het helpt later bij het schrijven van het verslag. Daarnaast mis ik het waterbed gewoon! Lekker warm en heerlijk soepel.

Zaterdag

De zaterdag liep een beetje de mist in wat het vervoer betreft. We hadden allemaal de e-mail braaf opgevolgd, maar de organisator van dit weekend verdwaalde. Een kwartiertje wachten is leuk maar drie kwartier!!! Via veel bellen met Liesbeth die uiteindelijk via Meta het telefoonnummer van Ben wist te melden, wisten we waar we aan toe waren. Ik belde Ben met het idee dat hij maar beter terug naar Kalmthout kon rijden dan konden wij tenminste vertrekken, maar hij had eindelijk de goede weg gevonden, dus we besloten toch maar te wachten. Uiteindelijk kwamen  we pas om half 12 in Kalmthout waar Liesbeth en Willem de rest van de groep naar een café hadden geloodst. Gelukkig konden ze warm zitten. Stel je voor wanneer hun ook nog eens in de kou buiten hadden moeten wachten. Om kwart over twaalf startten we eindelijk met de wandeling. Voor de 24 km eigenlijk te laat maar het was niet anders. Gelukkig namen we wel de tijd om toch even wat te rusten in Wuustwezel. Cafe ’t Dorp, was wel open maar helemaal leeg. De eigenaresse keek even benauwd maar herstelde zich snel en vond het tafel schuiven niet erg, echter vonden we dit nu niet nodig, we zaten weer even, en de Croques (tosti’s) gingen er goed in alsmede de Corsendonck Paters, donker bier dus! Marian, Bep en ik hielden het bij een Palmpje maar konden toch de verleiding niet weerstaan. Dan maar een Patertje delen : - ) Ook werd er niet moeilijk gedaan over het apart afrekenen. Een prima café!!!

 

We liepen veel door weilanden en af en toe langs de rand van een natuurgebied. Jammer dat het pad niet door het natuurgebied gaat. Links de afrastering en rechts weilanden of akkers. Wat vooral opvalt zijn het aantal vervallen woningen. In België doen ze schijnbaar niet aan sloopwerkzaamheden. Een gebouw wordt gewoon aan zijn lot overgelaten totdat de natuur de overgebleven fundering overwoekert! Hier en daar zag je nog wel een stuk muur of een schoorsteen overeind staan. Lelijk? Ach, het heeft charme maar het doet toch een beetje luguber aan. Er hebben ooit mensen gewoond. Je vraagt je dan toch waarom ze zijn weggegaan?  Het ontbreekt ook in België niet aan oorlogsmonumenten. Nu nog wat betreft de tweede W.O. maar in de Ardennen weet ik uit ervaring dat daar de eerste wereldoorlog veel meer impact heeft gehad dan de tweede!

Via mooie dreven kwamen we via een graspad  door weilanden bij de accommodatie: Residentie de Boshoeve, tevens een stoeterij. De inrichting was rijk, maar toch wel tegen het kitscherig aan. Toch ademde het een rustige sfeer uit. De kamers waren ruim, de eetzaal was oud en stond vol met accessoires. Prachtig! We kregen een heus drie-gangen diner, met een buffet, dus zoveel eten als je maar wilde! Geen pan spaghetti of stamppot, gewoon stijlvol dineren!

Uit automatisme stak ik een peuk op, ik schrok en rende vlug de zaal uit, onder grote hilariteit van Rob en Agnes.  De papegaai zei ‘koekoek’! Leuk beest! Toen ik terugkwam stond het toetje op tafel. Iets met crème en chocola en slagroom. Heerlijk!

Het werd tijd om een kijkje te nemen op de zolder. Een biljart, zithoekjes, een barretje, een cd speler met veel cd’s, dat kwam wel goed! De eigenaar, constant vriendelijk bleek niet te beroerd te zijn om een krat bier en 6 flessen wijn naar boven te brengen. Willem wilde helpen maar dat sloeg hij af. Al gauw zocht iedereen zijn plek. De een las een krant aan de ‘saaie tafel’ de ander deed een spelletje aan de ‘intelligente tafel’, en weer anderen kozen het biljart ‘de sportieve tafel’. Hoe we de twee mensen aan de bar moesten indelen wisten we zo gauw niet, ze speelden het spel galgje!

 De muziekinstallatie werd even druk bezocht. Rob zette Strauss op, ik zette Guns ’n Roses op, Bep koos voor de populaire muziek, romantisch, echte achtergrond muziek, Hans koos voor een house cd, althans dat dachten we, maar de cd liep vast, hahah! Uiteindelijk bleef het toch bij de keuze van Bep, rustige, herkenbare melodieën, waarin iedereen zich thuis voelden!. Ze waagde zelfs een dansje met Willem!

De meegebrachte nootjes en snacks gingen er goed in, maar al gauw vertok iedereen naar de slaapkamers. Buiten diegenen die al gelijk na het eten naar bed waren gegaan! Die hebben heel de zolder niet gezien!

Uiteindelijk bleef ik met Jan en Willem over. Een serieus gesprek volgde. Hieruit is dus de nieuwe functie gegroeid, een vervoerscoördinator om problemen zoals vanmorgen te voorkomen. Eén iemand die het regelt en wanneer je niet bijtijds reageert heb je pech. Wat dat betreft had Trudy een goed idee. Iedereen moet twee weken voordat het wandelweekend begint zijn mail vaker checken dan hij of zij gewend is. Op die manier loop je niet achter de feiten aan en bespaar je een hoop mensen veel geregel en last!

Nadat ook Willem en Jan naar bed gingen, ruimde ik de tafels af, echter de eigenaar kwam boven en zei dat alles de vaatwasser in ging. Prima! Beneden belde ik Freek nog even onder het genot van een sigaretje. Ik hou ervan om dan nog even alles te relativeren voordat ik naar bed ga. Het bleek toch dat ik iets teveel had gedronken, ik verloor mijn evenwicht bij het in bed kruipen en lag zowat bij Anita in bed. Maar volgens haar was het niet erg, ze was naar de wc geweest en schijnbaar moest ik ook want ze had de deur niet op slot gedaan… We konden er de volgende dag om lachen. Toch altijd leuk te weten dat je met mensen omgaat die nergens een probleem van maken! Volgens Anita had ik in mijn slaap gepraat en getandenknarst, maar volgens mij nam ze me in de maling. Wanneer dit niet zo is, stuur me dan even een mailtje Anita. ; - ) 

Zondag

De volgende ochtend was er een ontbijtbuffet. De eigenaar stond weer onvermoeibaar voor ons klaar, tjonge, die moet toch ook kort geslapen hebben!

Na alles afgerekend te hebben gingen we weer op pad. Af en toe scheen de zon, een heerlijk gevoel. Dat hadden we al lange tijd gemist! In het centrum van Brecht miste we op de een of andere manier de pittoreske gemeente plaats, compleet met schandpaal en monumentale panden uit de middeleeuwen. Raar… Met Freek was ik er in december geweest en ik zag toen toch echt een markering van de GR5 op een lantaarnpaal! Jammer…

 Via een buitenwijk kwamen we al gauw weer in het agrarisch gebied. De eerste 3 kilometers liepen langs het kanaal van Schoten – Turnhout. Een aparte, knalrode boot trok onze aandacht. Bij Brug 11 mochten we  10 minuutjes eerder naar binnen. Het café de ‘Goeien Tijden’ ging eigenlijk pas om 11.00 uur open. Al gauw liep het na elf uur vol met voornamelijk wielrenners en zagen we ook het stel uit de accommodaties binnenkomen. Ook zij liepen de GR5, maar hadden er langer de tijd voor uitgetrokken. Zij zouden tot Grobbendonk lopen op deze zondag, zo een 6 km verder dan onze eindbestemming: Pulderbos.

We vertrokken eerder maar na een fikse wandeling door bos en weilanden rustte we wat uit op het erf van een boer. Geen boer te zien, er stond wel een auto. We zagen of hoorde niets. Een oude fauteuil in een schuur was verleidelijk, maar zover wilde we toch ook weer niet gaan. Het stel liep voorbij, allebei dezelfde jas en rugzak om. We hebben ze nog een tijdje voor ons zien lopen maar in het Zoerselsbos raakte we ze kwijt. Hier stond op de Drieboompkesberg een Maria beeld. Ik wilde er naar toe, maar het pad ging steil omhoog en ik zag geen ingang. Jammer. De rest was doorgelopen dus om niet al te veel achter te geraken maar weer terug gegaan. Het verhaal gaat dat een soldaat er tijdens een veldslag in 1746 zwaar gewond raakte. Hij overleefde het en liet er in 1750 een kapelletje bouwen. O.L.V. van de koorts werd het Maria beeld genoemd.

 

Het bos was prachtig en al gauw doemde de muren van de abdij van Westmalle voor ons op. Via een dreef bereikte we de drukke autoweg. Aan de overkant lag hett Café Trappisten  Het was een welkome rustplaats! We hadden hier ons het hele weekend al op verheugd!

Bij binnenkomst bleek het merendeel van de groep al plaats genomen te hebben in de serre. Jammer, er waren zat tafels vrij in het café zelf. Op die manier mis je de bedrijvigheid van de obers, en het genieten van andere mensen om je heen. De serre was sfeerloos! De trappistenkaaskroketten smaakte prima en de Westmalle Dubbel smaakte heerlijk vers zoals Ben het noemde. Maar het was voor mij toch een beetje teveel van het goede! Agnes, Rob, Anita en Ben hielpen mee door te proeven. Het glas ging leeg. De abdij van Westmalle bestond in 1994 tweehonderd jaar. Ik kocht het boekje over de oprichting en de geschiedenis. Er staan mooie gedichten in, waarvan ik er twee toch graag wil vermelden:

Spoor

Eerst nog de mulle sneeuw die zwijgt.

en nu het knerpen van twee voren.

Kijkom: noodzakelijke schending dreigt,

een kerf in onherstelbaar wit.

 

Daarnet, volmaakt en ingekeerd,

het witte niets dat wacht.

Nu, wit, ondiep, nauwelijks wat,

toch is het alles: pad

 

            G. Van Istendael

  

Als je luistert

weet je vaak niet wat je hoort

en als je niet luistert

weet je echt niet wat je mist

 

Als je eet en drinkt hap je in het onbekende

E-zoveel- smaakmakers – dikmakers

en je sterft aan teveel

 

Als je je zorgen maakt

ga  je door een hel

maar als je je geen zorgen maakt

vind je nog de hemel niet

 

Als je op straat loopt

zie je vreemde mensen

verdrietig – verstrooid – verloren

en je droomt van geluk

 

Als je achteruit kijkt

zie je gisteren zoals het niet was

en kijk je vooruit

zie je morgen zoals het niet wordt

                        M. van de Velde

Een mooi boekje, de moeite waard om door te lezen. Iemand was al druk bezig met het betalen van de rekening. Iedereen moest ineens betalen en al gauw stonden we weer buiten.

Het genieten was er op deze manier snel vanaf. De laatste tien kilometer hoopte ik dat Freek al in de buurt zou zijn, maar die stond vast in de file voor Breda, vanwege het carnaval aldaar. Via een brug over een drukke snelweg en het oversteken van een drukke autoweg, bereikte we de Molenheide. De wieken van de molen hadden we al gezien en al snel zagen we in de verte het parkeerterrein waar de auto’s stonden. Ik belde Freek maar terwijl ik hem aan de telefoon had reed hij voorbij, goeie timing!

Toch ben ik blij dat ik de 26,4 km heb volbracht en gelukkig ging iedereen mee om iets te drinken in de Herberg de Molentuin, zodat er even rustig kon worden gepraat over het verdelen van mensen over de auto’s. Het zijn tenslotte altijd wel dezelfde mensen die hun auto en tijd ter beschikking stellen voor de autotruc!

Ik hoop op nog meer genieten in maart en misschien een heerlijk voorjaarsgevoel wat het weer betreft!

Tot maart!

Rose