Verslag weekend 5:  Terschuur - Stroe - Hoenderloo

Zaterdag 22 februari 2003

’s Morgens om kwart over acht werd ik gebeld door Anita die vertelde dat de treinen naar Amersfoort niet reden. We spraken af dat ik Utrecht op haar zou wachten en dat we samen achter de groep aan zouden lopen, want Anita had een boekje.

Dat was niet zo slim van mij, omdat de treinen naar Amersfoort ook vanuit Utrecht niet reden. Kort daarna werd ik nog een keer door Anita gebeld dat zij met Gijs mee zou rijden.

Toen ik zeker wist dat er vanuit Utrecht geen treinen naar Amersfoort reden, spraken we af dat ook  ik met Gijs zou meerijden vanuit Utrecht. Na wat over en weer gebel vonden wij elkaar inderdaad in de buurt van het station. Achteraf bleek dat Ben en Meta , die in Utrecht gestrand waren, op bijna hetzelfde tijdstip werden opgehaald door Rose en Freek.

Veel later dan we hadden afgesproken, kwamen we in Terschuur aan. Roos en  Freek gingen Mirjam en Rob halen die hun auto in Hoenderloo hadden staan .Gijs reed met zijn eigen auto ook mee, zodat die vast op de eindbestemming van zondag zou staan.

Onderwijl ging Ben bij een bakker op een muurtje zitten. Toen Anita wat lekkers ging kopen en als terloops vroeg of de bakkersvrouw ook koffie had, zei deze tot onze grote verrassing, dat ze wel koffie voor ons zou zetten. We kregen een plekje achter de bakkerij, maakten een praatje met de bakkersvrouw en kregen een heerlijk kopje koffiebij onze gekochte koeken. Toen Gijs, Mirjam en Rob ook aangekomen waren in Terschuur, gingen we op weg.

Het was het mooiste weer van de wereld! Toen we ergens in een bos onze boterhammen wilden opeten, gingen we met z’n allen op een hangende boomstam zitten, die met kettingen aan twee staande boomstammen vastzat. (nou ja, vastzat?)

Tot onze grote verrassing haalde Mirjam een fles champagne te voorschijn en Rob de bijbehorende plastic glaasjes. Dit hadden ze samen afgesproken, omdat we op deze op ongeveer deze plek,dag op de helft van het Marskramerpad zouden zijn. Bijna had Roos dat al geraden terwijl ze met Rob aan het chatten was, maar Rob verzon ter plekke een verhaal over blijde verwachting en Mirjam. (Hoe komt-ie er  op???!!!)

.

Toen we allemaal een glaasje champagne hadden kwam er een koets voorbij met een aantal mensen erop. Wij zeiden: “Proost”, en zakten met z’n allen door de boomstam

(gelukkig niet aan mijn kant). Dit was erg komisch en we moesten vreselijk lachen. Na dit voorval liepen we weer verder en een tijdje later zagen we een hert of een ree, waarop Anita riep: “Ik moet mijn zus bellen, om het haar te vertellen!”(ooo).

 

Aan het eind van de dag kwamen we aan in Stroe. Vandaar uit reden en werden we gereden naar Kootwijk  In hotel-restaurant ’t Hilletje hebben we gegeten en geslapen.

 Zondag 23 februari 2003

De volgende ochtend ontbeten we in het hotel en daarna gingen we op stap, maar nu ook nog zonder Ben en Meta, zodat we nog maar met z’n zessen waren. Het was zo mogelijk nog mooier weer dan zaterdag en we reden weer terug naar Stroe. Toen we een half uurtje aan het wandelen waren, bleek dat Rob zoveel last van zijn knie had, dat hij terug liep naar Kootwijk en vandaar uit naar huis ging. Toen waren we nog maar met z’n vijven.

Na een tijdje wandelen waren we weer  in  Kootwijk. We dronken en aten we wat, maar niet in hetzelfde restaurant. Daarna zetten we de wandeling voort en op de hei zagen we in het bos alweer een hert (ree?). Het was zulk mooi weer dat we op een gegeven moment in de zon op de grond lagen. De natuur  was er ook schitterend! Bos, hei, ‘’duinen’’…  Aan het eind van de wandeling kwamen we aan in restaurant ‘Rust een weinig’, waar we nog wat dronken.

Nu hadden we eigenlijk één persoon teveel om met auto’s naar huis te gaan. Dit hebben we aardig opgelost, door Roos op de achterbank bovenop Anita, Gijs en Mirjam te leggen in Freeks auto. Hoewel het wat minder comfortabel was, behalve voor mij want ik mocht voorin, kwamen we toch bij de auto’s van Mirjam en Gijs aan. Vandaar gingen Freek en Roos naar Rotterdam, Gijs en Anita naar Den Haag en Delft en Mirjam met mij via Utrecht, waar ze me afzette, naar Zoetermeer.

Ik vond het een heerlijk wandelweekend: gezelligheid, mooi weer, mooie natuur en natuurlijk’’proost, krak’’

Trudy