Verslag weekend 9:  Enter – Delden – Borne
28 en 29 juni 2003

Zaterdag, 28 juni

Het was bewolkt en heiig. Hoe meer we naar het oosten reden hoe somberder het weer werd. Zelfs een paar druppels regen onderweg…

De autotruc verliep vlekkeloos. Om 12 uur was iedereen in Enter.

 Daar we geen horeca onderweg tegen zouden komen, besloten we om koffie in Enter te gaan drinken. De plaatselijke bakker had niet alleen koffie maar ook een ruim aanbod aan broodjes. Willem en Liesbeth profiteerden van de in de aanbieding zijnde tompoezen.

Met goed gevulde magen begonnen we om 13.00 uur aan de etappe van Enter naar Delden. Slechts 17 km. Dus we namen ruim de tijd voor een pauze bij een uitnodigende picknickbank aan de Kartelaarsdijk.

Compleet met waterpomp. Ben liet het water rijkelijk over zijn hoofd spoelen. Ondanks de bewolking was het benauwd, en wanneer de zon hier en daar door de ijle lucht probeerde te prikken, voelde je de temperatuur stijgen. We hebben slechts één keer de paraplu op hoeven te steken en zelfs toen bleef het warm en benauwd. De geur van het bos is door die vochtigheid des te meer te ruiken. Hier en daar fleurde vingerhoedskruid het weelderige groen op.

 

 

Tijdens de picknick, die al na 1 uur lopen plaats vond, (worden we lui?) probeerde Ben en Willem het werken van een kompas uit te leggen. Afijn, mij te technisch, leer het liever al doende. Volgend weekend neemt Ben een boekje mee en legt Willem het een en ander uit met behulp van een gedetailleerde kaart van de omgeving, die Rob meebrengt! Of we dan nog verdwalen…

Het gebied waar we door heen liepen heeft ook zo zijn eigen geschiedenis. Door verzanding van de Regge werd deze steeds slechter bevaarbaar. In de 18e eeuw verplaatste de schippers het laden en lossen naar het Cattelaar. De eigenaar Borgerink zag hier wel geld in en liet een herberg bouwen en een ophaalbrug. Toen hij overleed, kwamen zijn dochters in conflict met de Graaf van Twickel, die een nieuwe vaart wilde graven tussen Delden en de Regge bij Enter. Hierdoor zou het overladen van de schepen bij Delden plaatsvinden en dit betekende voor de dochters een groot verlies aan geld. Tot drie keer probeerde zij met handlangers gedeeltes van de gegraven vaart met zand dicht te gooien. Uiteindelijk hebben ze de strijd op moeten geven. Schepen en karren verplaatsten hun handel naar de Carelshaven (genoemd naar de graaf van Twickel) in Delden. De kosten, 60.000 gulden betaalde de graaf uit eigen zak, maar dit bedrag verdiende hij binnen de kortste keren terug door tol te heffen.

Het landschap was afwisselend, zandwegen, bospaadjes, en vele oude boerenhoeves. Een oude oliemolen, ‘de Noordmolen’ gaf een prachtig plaatje.

 

Willem gaf een zachte hint waarop een vrouw aanbood een groepsfoto van ons te maken. We waren op het landgoed Twickel. Het kasteel aan de rand van Delden is helaas niet open voor bezoek. Het wordt nog deels bewoond. Maar de camera’s klikte ijverig. De eigenaars van Twickel waren de grootste grondbezitters in het richterambt Delden. Hun invloed reikte ver, zowel politiek als economisch. Maar ook wat betreft het openbare leven. Van de duizend huishoudens in de 18e eeuw was een kwart gedeeltelijk of geheel afhankelijk van Twickel. In de 19de eeuw zag graaf Jacob het belang in van de landbouw voor de toekomst. Als grootste grondeigenaar had hij de meeste rechten en breidde hij het landgoed uit tot een oppervlakte van 4000 hectare.

Hij liet nieuwe bossen aanleggen, begon met de ontginning van nieuwe landbouwgronden en met de bouw van nieuwe boerderijen. Daarnaast zorgde Twickel ook voor onderwijs en de armenzorg, zowel rondom als binnen de stad Delden. De stad is oud en dat is nog goed te zien. De robuuste kerk was gesloten.

Willem knoopte een praatje aan met een oude man, of was het andersom? De man vertelde dat we de sleutel konden vragen bij de koster. We trokken aan een ouderwetse trekbel waarop de zoon van de koster open deed. Helaas er was een concert aan de gang dus de toegang was niet mogelijk. Op het terras van het hotel, pal tegenover de kerk lieten we het bier en de frisdrank goed smaken. Een stelletje luisterde aandachtig mee naar onze verhalen, vooral dat van Rob, over oplossingen wanneer je moet plassen op een camping. Een luikje op p…hoogte in de tent, maar dan wordt het tentdoek zo vies. Een fles met brede hals en dop? Het niveau daalde….

Onze kamers lagen in een apart huisje naast het hotel. Het pand hadden we helemaal voor ons alleen. Tijdens het eten, wat goed smaakte, vond Anita de sleutelhanger ergens op lijken, Rob rook er aan en trok een vies gezicht….

Het niveau bleef dalen… zo ook onze manieren. Zou het toch niet eens leuk zijn om een heus voedselgevecht te houden? Jammer genoeg zullen de restaurants dit idee niet delen. Toch lukte het om een aantal druiven richting  Rob te gooien. Een enkele trof doel. Rob’s druif belandde ver achter mij… zouden ze het gezien hebben?

Nadat de vroege slapers zich hadden terug getrokken werd het tijd voor een spelletje. Brengt altijd hilariteit met zich mee. Helaas had niet iedereen zin, wat de pret weer drukte. Maar het was een gezellige, gemoedelijke avond.

Zondag, 29 juni

Om half 9 zaten we met zijn allen aan het ontbijt. Er bleken toch nog meer gasten te zijn. Voornamelijk fietsers, waaronder een wielrenner die tijdens het eten zijn kaarten bekeek. Het weer zag er prachtig uit. De zon scheen, hier en daar wat wolkjes. Zo een echte hollandse lucht die je op oude meesterwerken ziet van hollandse schilders, zoals Trudy opmerkte.

Wederom liepen we over het landgoed Twickel en langs het kasteel. Ondanks dat het zo vroeg was, waren er vele mensen op de been. Fietsers, hondenuitlaters, twee oude mannen op een bank. We pikten het marskramerpad weer op en liepen via een stukje heide richting Zenderen. We kwamen in een agrarisch gebied. Een boerderij bleek een picknickboerderij te zijn. Op goed vertrouwen kon je koffie en thee zetten of frisdrank en ijs uit de koelkast pakken en het geld hierover in een houten kistje gooien. Volgens het gastenboek was dit vertrouwen onlangs geschonden. Het laatje met wisselgeld was verdwenen. Jammer dat er zulke mensen rond lopen. Het keukentje bevond zich in het voorste gedeelte van de stal. Achterlangs kon je de rest van de stal bezoeken. Zo een twintigtal koeien keek je er nieuwsgierig aan. Tja, weer een fotorolletje vol!

De boerderij zelf ligt op een kunstmatig gebouwde heuvel, het is De Hondeborg. Gebouwd in 1841 en gedeeltelijk omgeven door eeuwenoude grachten. Hier moet ook ooit een saksische burcht hebben gestaan.

De picknickbank die buiten stond bleek last te hebben van de zwaartekracht. Toen iedereen aan een kant ineens opstond, helde het gevaarte gevaarlijk naar achteren.

Blijven zitten dus! Na nog wat in het gastenboek te hebben geschreven, volgde we een kronkelende asfaltweg richting Zenderen. Het slotklooster van de Carmelitessen was dicht. Er is een hostiebakkerij. Jammer, had ik graag willen zien. De ommuring was nog helemaal in takt en bood een goede bescherming tegen het zicht wanneer je plassen moet. Liesbeth kijkt voortaan wel twee keer uit voordat ze bij iemand aanbelt. Stel je voor dat je weer zo een wit kleedje aan treft op een smetteloos toilet.

De deuren van de R.K. kerk in Zenderen stonden open. Het interieur was sober, maar het Mariabeeld was prachtig uitgedost met zilveren versieringen. Verse bloemen en de brandende kaarsjes maakte het nog mooier. Rob wilde biechten maar een bordje vermelde dat dit pas vanaf halfdrie mogelijk was. Tja, en hij heeft heel wat op te biechten. Zou hij zo achtervolgt worden door zijn eigen pesterijtjes, hahah!

Achter de kerk stond tussen de resten van oude muren een nieuw gebouw. Er worden seminars gehouden. Helaas lijdt het klooster van de Carmelieten een kwijnend bestaan. Er melden zich geen nieuwe monniken aan.

 

Vanaf hier schepte de route enige verwarring. Volgens mij klopt de tekst hier niet helemaal, maar Gijs is een ster in het volgen van het kaartje en ook Hans bleek een goed richtingsgevoel te hebben. We kwamen uit bij Hotel Restaurant Jachtlust, wat nou, geen horeca onderweg? De kleine kaart bood niet wat we lekker vonden. Dus even vragen of ze zalm hebben. Het was wat weinig maar het smaakte voortreffelijk. Tja, je kan maar 1 keer van het leven genieten, toch?

 

Via Erve Veldhuis uit 1919 en Erve Aalderink (nog ouder) kwamen we op een t-splitsing. Hier zochten we onze weg naar Borne, een lange asfaltweg. Even liepen we verkeerd en stonden voor een brede sloot.

 

Door de slootkant te volgen, wat ons weer aan boer Biet deed denken, bereikte we de bebouwde kom van Borne. Een politieagent die net een oude dame in zijn dienstauto liet plaatsnemen, wees ons de weg naar het station. Een mooi stadje. Kleine oude huisjes, versierd met bloeiende plantjes aan de gevels, een lieflijk, gemoedelijk gezicht. Het moet er mooi en nog rustig wonen zijn.

Bij het station werd iedereen over de auto’s verdeeld en terug naar Enter gebracht. Het een na laatste weekend Marskramerpad zit er weer op. Maar gelukkig duurt het niet lang voordat we de laatste etappe naar Oldenzaal lopen. Over twee weken verzamelen we weer in Borne.

Oldenzaal, here we come!

Rose