Verslag weekend 10: Borne
– Oldenzaal 12 en 13 juli 2003
Het was heerlijk wandelweer, zon, hier en daar wat wolken en een lekker windje. De laatste etappe van het Marskramerpad lag voor ons.
Bijna
iedereen zou zijn auto in Oldenzaal zetten en met de trein naar Borne komen.
Hierdoor hadden we vanuit Oldenzaal vervoer naar de camping in Tubbergen.
Freek
en ik haalde Meta, Ben en Rob op in Tubbergen. Het was de bedoeling alvast mijn
tentje op te zetten, echter reden we er langer over dan we hadden gehoopt en
hadden we er dus geen tijd meer voor.
Onbewust
van de grootste blunder die je maar kan bedenken, legde ik tent en slaapzak in
de auto van Ben en Meta.
In
Borne stond iedereen al te wachten. Het centrum troffen we dit keer niet
uitgestorven aan. Via een drukke winkelstraat liepen we tegen een terras aan.
Het appelgebak en de koffie lonkten! We baarden veel opzien, zo een grote groep
mensen met rugzak. Een echtpaar schroomde niet om te vragen hoe of wat. Ze
dachten dat we op vakantie waren. “Dat zijn we ook”, antwoordde Willem. Het
blijft een mini-vakantie, heerlijk! De koffie werd vriendelijk geserveerd,
compleet met een alcoholische versnapering. Als dat maar goed gaat! Anita had
wel trek in meer, en iemand opperde het idee om dan nog een keer koffie te
bestellen maar dan zonder koffie. Het bij elkaar gooien van al de restjes, wat
toch een half glaasje opleverde, kon Anita niet echt boeien. “Al dat spuug van
iedereen”! Hahah, tja, tegenwoordig kan je niet voorzichtig genoeg zijn, toch?
Toen we eenmaal aan de wandel gingen was het bijna één uur. Via het beschermde dorpsgezicht van Borne liepen we naar het beginpunt van de route. We liepen vooral langs akkers en weilanden. In Deurningen was het na 7 km tijd voor een pauze. De keuze uit de twee terrassen was niet moeilijk. Gezellige rieten stoeltjes winnen het toch altijd van het kille en vaak vuile plastic.
Er
was een pin automaat gesignaleerd en Ben en Willem togen op weg. Het duurde wel
lang eer ze terug kwamen, waar zouden ze uithangen? Er scheurde een rode
Donkervort voorbij. Liesbeth begon te lachen en zei: “daar zit Willem in”!
Wij dachten dat ze een geintje maakte, maar het autootje keerde en kwam voor het
terras tot stilstand. Willem stapte glunderend en onder veel hilariteit van onze
kant uit. Leuke auto!
Toch
wel grappig dat we bijna elk weekend wel iets meemaken wat naderhand nog
lachkriebels opwekt.
Ik
moet wel zeggen dat we in Twente veel vriendelijker worden benaderd. Mensen
zeggen gedag, de gastvrijheid bij een café-restaurant verbaasd me. Dat hebben
we wel eens anders meegemaakt.
Het was moeilijk om weer op weg te gaan, maar Oldenzaal, ons einddoel, het eindpunt van het Marskramerpad moest gehaald worden. Via veel zandwegen, waar helaas ook veel auto’s reden, liepen we richting Oldenzaal. Om vier uur belde Karina. Ze was met Verena op de camping gearriveerd. Wij hadden nog ruim een uur te gaan. De gedachten aan het zwembad deed ons harder lopen.
Heerlijk,
een koele duik in het zwembad en dan lekker eten. In Oldenzaal was een bordje op
de muur van een oud, vies stationsgebouw het eindpunt van het Marskramerpad en
teven begin van de Toddenweg door Duitsland of te wel de E11.Toch een groepsfoto
gemaakt. We hebben het Marskramerpad in 10 weekenden volbracht!
Om
halfzes arriveerden we op de camping. Karina en Verena lagen ons al op te
wachten in het zonnetje. Van zwemmen kwam niet veel terecht. Het zwembad bleek
maar 1.40 diep te zijn, dus baantjes trekken kon je wel vergeten.
Hans
en ik pakte onze tent uit. En toen gebeurde het…. Ik haalde stokken en tent
uit de zak, maar ik vond de tent verdacht licht en weinig volume hebben. De
schok was groot… de binnentent zat er niet in!!!!!!!!! Hoe stom kan je zijn.
Tja, zo een blunder maak ik dus NOOIT meer! Bij de receptie een matras geregeld
en op de grond in een van de trekkershutten gelegd. In ieder geval toch een dak
boven mijn hoofd. Maar de teleurstelling was groot. Hans had inmiddels in een
ras tempo zijn tentje opgezet. Het voor het eerst alleen opzetten van een tentje
was mij bespaard gebleven, maar ik had het graag gewild. Rob wilde in ruil voor
een biertje wel mijn matras ophalen. De mannen gingen naar de receptie en kwamen
terug met een krat vol koude biertjes en matras. Nadat sommige een verfrissende
douche hadden genomen, en anderen onder het genot van een biertje de GR5
bespraken, bleek het ineens al acht uur te zijn. Tijd voor de Tiroler-avond! We
waren benieuwd.
Het
buffet was heerlijk, de spelletjes komisch. Het spijkers slaan ging toch
makkelijker met de bredere vrouwenhamer, bij het zagen van de boomstam moest er
extra gewicht worden toegepast om niet door heel de ruimte te zagen. Het koe
melken mat veel verschillen. Van zo een 500 liter tot bijna 2 liter…
Verena
was een voorbeeldige baby en genoot van alle aandacht om haar heen. Jammer dat
het zo warm was binnen. Af en toe een luchtje scheppen en uiteraard het
ijsbuffet koelde ons wat af. Het was nog heerlijk weer toen we na het ijs
richting trekkershutten liepen. Rondom een gaslampje zaten we nog gezellig te
praten. Maar de warmte en de buitenlucht hadden ons slaperig gemaakt. Het lijkt
wel of we steeds vroeger naar bed gaan… Het verschil tussen de vroege en late
slapers is steeds kleiner geworden. Of worden we toch lui? Of oud?
De
volgende ochtend wachtte ons een ontbijtbuffet. Het plan om alsnog een duik in
het zwembad te nemen werd verworpen. Er stond een frisse wind en in de schaduw
was het koud.
Na het ontbijt koos iedereen zijn weg. Ging de een naar huis, de ander verkoos nog even op de camping te blijven. Gijs, Hans en Miriam besloten een stukje Toddenweg te gaan lopen.
Jan
en Bep gingen met Anita naar Tubbergen, waarna Jan en Bep zelf nog een
fietstocht hebben gemaakt. Ik verkoos een rondwandeling, gratis verstrekt door
de camping. Naarmate de tijd vorderde werd het warmer. Ik had geen spijt van
deze wandeling. Hij voerde me langs de oudste eik van Twente, een oude windmolen
met een café, waar de ijsthee goed smaakte. Via Havezathe Herinckhave kwam ik
terug op de weg naar de camping. Na zo een twee en een half uur was het heerlijk
toeven op het terras van de camping. Ik verdiepte me in het boekje “Kaart en
Kompas” van Ben, ingewikkeld! Thuis toch eens voor gaan zitten met een goede
kaart.
Terwijl
ik daar zo interessant zat te lezen arriveerde Freek. We namen nog wat te
drinken toen ineens Jan en Bep aan kwamen lopen. Ze waren net terug van een
fietstocht naar Almelo.
Na
nog een drankje vertrokken ook wij richting huis.
Het
was een mooi weekend. Voor nu, vakantie, in oktober zien we elkaar weer. Een
nieuw begin, een nieuw pad, de GR5.
Tot
oktober en iedereen een prettige vakantie en fijne zomer toegewenst!
Rose